Hans Boogaard is welp, zeeverkenner, stuurman en schipper geweest bij de
Mezen in de 70-er en 80-er jaren. Veel mensen kennen hem nog als "die jongen met
het witte haar".
Op de Stierop hadden we vroeger een praam. Met die praam werden wel eens
droppingen gedaan, hiervoor was een zeildoek gemaakt dat van voor tot achter
liep en vast zat met wiggen. Om van voor naar achter te lopen lag er een balk
overheen waarop de leiding waakte dat je niet gluurde waar we heen gingen.
![]() |
Jaap Wesselius aan het werk in de praam, de boot waar het verhaal over gaat (zie hierboven). |
Op een avond hadden we weer een dropping en we voeren weg bij de Stierop. De leiding voer nog maar net bij de wijde Stierop toen er een golf aan kwam rollen van een binnenvaart boot. De leiding die toezicht hield stond boven op de balk te waken dat er niet gegluurd werd en verloor toen zijn evenwicht, met als gevolg een nat pak.
We waren eens op een kamp op Nawaka Vinkeveen (in 1985) toen er ontdekt werd
dat er een piano werkeloos stond in een feesttent. Kees, zo muziekaal als hij
was, begon er meteen op de spelen tot ieders vermaak, wij zongen dan ook met
volle borst mee. De volgende dag moest er wat georganiseerd worden door de groep
voor de andere groepen van het eiland en al gauw was het idee gerezen om
kampliederen met behulp van een piano ten gehore te brengen.
Na gevraagd te hebben of wij de piano mochten lenen voor een avondje gezelligheid op het eiland moesten wij alleen nog zorgen voor vervoer. Het idee was goed, alleen hoe kregen wij een piano naar het subkamp verplaatst. Goede raad was duur maar gelukkig waren wij in bezit van een slepertje met een klein achterdek. En na wat passen en meten kregen wij het voor elkaar dat hij op het achterdek stond vast gesjord zodat wij al varende via andere eilandjes de piano naar ons eigen eiland kregen vervoerd.
Onderweg hadden wij toeschouwers genoeg die er aardig om moesten lachen. Die avond was erg gezellig en de piano bleef dan ook het hele kamp op het eiland staan tot ongenoegen van de beheerder van deze piano. De laatste dag hebben wij hem dan ook keurig terug gebracht bij de beste man en hij was toch wel blij dat hij terug was.
Zoals op ieder kamp was er weer een rechtbank en deze keer hadden we jaap als
rechter en Alex als advocaat hier kwam ook weer de woordkeuze te sprake en een
van de dingen die mij bij stond was de verdediging van een lid die iemand had
uitgescholden voor droplul. Alex die niet op zijn mondje was gevallen legde dan
ook uit aan de rechter dat je allerlei dropjes had variërend van katjesdrop tot
engelse drop maar ook dat je droplullen kon kopen in de winkel. Dat werd
natuurlijk niet geaccepteerd door de rechter met als gevolg dat ook Alex ook de
straf kreeg opgelegd.
Wij hadden een lid die ook bij de drumband zat en die had op een keer zijn
trommelstokjes mee. Hij trommelde dan ook de hele weg van het rondje
"Spijkerboor". Bij de brug moesten wij de mast strijken en moesten we even
helpen met zijn allen om al zeilend de mast te laten zakken en meteen weer
omhoog na de brug. Ook dat persoon moest even helpen en liet hierbij zijn
stokjes in het water vallen die vervolgens meteen zonken. Een van zijn
uitspraken was dan ook "het is toch van hout, waarom blijft het niet drijven?"
maar hij was wel zijn stokjes kwijt en bleef de rest van de tocht in een stil
hoekje zitten.
Ik was al geen schipper meer bij de groep maar had nog wel contact met de
groep en op een middag werd ik gebeld of ik ter gelegenheid van Schipperdag niet
mee wou werken met een dropping die avond. Na even te hebben overlegd met Cora
besloten wij om het sheltertje met de hond in de auto te doen en onder weg te
gaan naar Friesland. Even bij Zurich wat gegeten en toen door naar het kamp waar
ze al op ons stonden te wachten.
Tent vrouw en hond in de boot en op naar het kamp. De jongens vonden het natuurlijk prachtig dat wij de hond mee hadden en er werd dan na harte lust met de hond gespeeld. Toen het donker was werden de groepen in drieën gesplitst en kon ik beginnen met wegbrengen. Het heeft de hele nacht geduurd voor de laatste groep binnen was maar toen waren wij allang in diepe slaap alleen de hond was wakker en begroette iedere groep dan ook die binnen kwam.
Toen wij de eerste keer naar Friesland gingen
(1977) werd Jaap (Wesselius) bootsman
gemaakt en ging daarom ook mee met het omvaren. Tijdens deze reis waar Roald
Docter (onze archeoloog) een oude boomstam (lees boot) vond die in het water lag
en dus van archeologische waarde voor hem was, was er al wat ruzie om deze
boomstam.
Wij (die later met een auto naar Friesland gingen) wisten daar niets van tussen wat gemorrel tussen die twee. De volgende avond gingen wij zeilend ballonnenprikken spelen, wat dus uitliep in ruzie tussen Jaap, Roald en mij (wij pakten het touw waaraan de ballon vastzat en zeilden voor de wind weg met de boot van Roald achter ons aan). Wij moesten bij de leiding komen wat resulteerde in het terugbrengen van Jaap en mij richting huis.
Eerst dachten we nog dat het bangmakerij was, maar toen de Afsluitdijk was gepasseerd wisten we dat het kamp voorbij was. 'a Avonds laat waren wij terug, ik thuis, en Jaap bij de schipper thuis want zijn ouders waren al vertrokken voor een weekje op vakantie met hun boot.
Toenmalig minister Brinkman kwam op het Nawaka de vlootschouw afnemen, ook
zou hij een subkamp bezoeken. Dat subkamp was ons eiland (Lectus-west in de
Vinkeveens Plassen) en toen hij dan ook aankwam hadden wij op het bord staan dat
de thee klaar stond. Een van de jongste jongens trok hem eigenlijk meteen mee
naar dit bord en toen hij het gelezen had wilde hij wel een bakje thee hebben.
Na door 3 man gevraagd te zijn of hij suiker in zijn thee wou (dat hij dan ook 3 keer bevestigde) kreeg hij wel een heel erg zoet bakje thee. Hij nam hier dan ook een slokje van om vervolgens snel de mok terug te geven.
Hans Boogaard,
maart 2002