
(klik op de camper voor details)
start 14688 km.
vrijdag 30 mei 2003Tussen de middag waren we naar Haarlem gegaan om bij de ANWB winkel (die verhuisd was) reisboeken te kopen. Kees moest van zijn werk nog een kabeltje hebben en daarvandaan wat bestanden naar huis mailen. Dat duurde wat lang want de mail deed het niet. Later bleek thuis dat het wel gewerkt had en hadden we de bestanden drie keer. Terug naar huis, om 13:30 moesten we bij de camper company zijn om de camper op te halen en instructies te krijgen. We waren er op tijd. Jammer dat ook de camper company verhuisd was, die zat nu in Assendelft bij de “woonboulevard”. Aha, Kees pissig, laatste keer dat we blablabla. De man van de camper belde onderweg: ik had toch wel gezegd dat ik verhuisd ben? Nee dus. In Assendelft duizend maal excuses. Het hele bla-vla-verhaal van stekkers en slangen hadden we braaf aangehoord. We konden weg na een wazig document (waar we zelf de fouten in mochten ontdekken) getekend te hebben. Als er wat is kun je bellen, hoor! zei de man. Ja, zei Kees, als je telefoonnummer tenminste niet verandert komende week. De grappenmaker lachte zelfs. Nu had hij het wel door. Thuis alles redelijk snel ingeladen en nog ruimte over ook. Alles thuis op slot, stekkers eruit en gaan, maar nog effies langs de Sternstraat om de oudjes even gedag te zeggen. Die vonden het ook geweldig, maakten een foto en zwaaiden ons uit. Op naar de snelweg. Bij de Zaanbrug zei Stefan: ik ben wat vergeten: theedoeken... maakt niet uit, kopen we wel bij de Deka. Ging goed, plus lucies en nog wat meer. Theedoeken en Amaretto heb je nooit teveel! Zo sprak Stefan. In welk verband dit was ben ik nu al vergeten... maar we moesten er wel om lachen. (Stefan: de context was dat dingen vergeten die je er makkelijk bij kunt kopen niet erg is.) Op de snelweg wisten we dat we geen koffiefilters hadden, maar de benzinepomp onderweg had ze! In Amsterdam ging Kees alvast richting den Haag want Utrecht zag hij weer eens niet op tijd (tiende keer). Effe keren en klaar. Alex stond op ons te wachten bij de afslag Abcoude. Hij had de anti-diefstalkabel van de laptop bij zich, en een briefje met de actuele flitslocaties. Alex snapt niet dat een Fiat die dweilt als een lijk niet boven de 120 komt... Verder wel lekker rijtuig, maar dat dweilen is wel eng. Als je effe aan je stuur roert gaat de hele cabine schuin en dan verandert ook de rijrichting. Later viel dat allemaal wel weer mee. De route is makkelijk, gewoon A2. Bij Maastricht ging het effe verkeerd want een bord zei: Luik rechtsaf. Was vast een grap, want we moesten keren. Bij Luik had Stefan een route om de stad gevonden waar Kees weer niks van snapte. Maar het ging wel goed. Zo kwamen we in Bastogne, en daar ging het prima. Stefan, secuur als altijd wist prcies het wegnummer en Kees wist nog bij welke kruising je af moest slaan. Wiltz 15 km. Ondertussen nog een of andere Luxemburger geholpen die alleen Frans sprak; hij had een klapband en wel een krik maar geen kruissleutel om het wiel te verwisselen. Gelukkig hadden wij van De Camper Company een gereedschapskoffer meegekregen; doet die man toch nog iets goed. Na wat afslagen (door Bastogne, rechts en dan links) zagen we het dorpje al in zicht komen. Het was heel makkelijk en om 21:35 kwamen we aan in Wiltz bij de plaats waar het Wiltzkamp in 2000 was gehouden. Effe Alex bellen. Maar nee hoor, wel Vodafone-spam om de telefoon maar geen belgeluiden richting Beverwijk. Wel ge-SMS-t, dat ging wel. Camper een stukkie voorbij de Hell’s Angels gezet en de ramen open en horren ervoor. Laptop uitpakken en typen. Stefan slikte nog net in: waarom doe je de stekker er niet in? Omdat er tussen de struiken geen 220V is. stand 15072 km. |
|
|
zaterdag 31 mei 2003We waren vroeg wakker door wat vrachtwagens die langs het “kampterrein” reden. Maakt niet uit, we hadden lekker geslapen. Stefan zette koffie en toen was Kees ook wakker. Eerst effies gratis douchen in het spiksplinternieuwe superdeluxe toiletgebouw in Wiltz, vlakbij het bruggetje naar het hogere terrein. Zooo. Op naar de supermarkt. Stefan koopt yoghurt, cakejes, verder water en zo. Nu kunnen we op pad richting Metz en het geplande eindpunt was Beaune. Rijden rijden rijden en het werd steeds warmer. Onderweg bij een ‘Aire’ deed Kees even een tukje. Even tussendoor: bij de poortjes van de Péage (tolweg) gingen we het poortje in van Carte Bancaire, zodat we makkelijk konden betalen. Bonk. De rubber flappen boven ons raakten de slaapkamer. Kloing, het was een metalen bord, waar geen hoogte op stond. Zjoingpasdemalretourneraurevoirlemachineblablabla kwam uit de speaker. We hadden zelf ook “al” door dat er wat was. Vous avez cassé le bla, zei een metalen stem. Ja, moppie hier is de Visa-pas en rijden maar weer. Rare jongens, die Fransen. Zo goedkoop hebben we nog nooit iets gekadukeerd. En het werd maar warmer dus we hadden helemaal geen zin meer! Dus een uurtje later alweer bij een Aire gestopt. Stefan zag een meertje op de kaart op een bord bij de rustplaats en dat zag er erg aanlokkelijk uit! Lekker zwemmen en dus afkoelen! We wisten niet precies waar we moesten zijn maar het leek in de buurt: het merengebied “Les 4 Lacs” ten noorden van Dijon in de buurt van Langres. Terug op de snelweg bleek dat we nog een stukje te gaan hadden tot afslag 6. De afslag genomen en we kwamen door allerlei piepkleine dorpjes waar geen hond, mens, kip of auto was. We hadden op de kaart gezien dat het Lac La Mouche was en gelukkig stonden er bordjes. Uiteindelijk kwamen we bij een dam in een klein stuwmeer (le digue, de dijk). We hebben daar wat rondgereden en even gezeten en wat gelezen. We wilden zwemmen maar hier was het niet echt geschikt. Er was een betere kaart waarop ook zwemplaatsen waren aangegeven. Een stukje verderop was Reservoir de Charmes bij het dorpje Charmes. Er was een strandje bij en we hebben daar lekker gedobberd samen met de plaatselijke jeugd. We besloten dat we hier wilden blijven (fuck Beaune) en gingen een plaats zoeken (je mag hier blijkbaar toch gewoon langs de weg kamperen). We gingen hier ook de dam over en reden wat rond, op zoek naar een schaduwrijk plekje langs het meer. Soms een klein steil pad in wat op een zonnige wei uitkwam, niet echt handig. Dan toch weer een weggetje richting Lac de Charmes. We gingen er in. En ja hoor, het was het paadje dat we van de andere kant niet in mochten (Verboden in te rijden – sauf riverains). Er stond een 206 bij een stel bomen langs het meer. Eerst zaten we vast toen we wilden parkeren in een wel heel zachte berm. Gelukkig met wat schommelen en een dot gas kwamen we los. Een meter of 40 doorrijden en vlak voor een omgevallen boom (waar we niet onderdoor konden) bleven we. De 206 ging weg en Stefan was al aan het marineren voor de fajita’s. Leuk hoor, zo langs het water. En erg mooi uitzicht. Kees was al aan het urineren. Ook belangrijk en even zout. De stoelen namen we mee naar de waterkant (10 meter lager). Daar een lekker vuurtje gestookt met dood hout uit de buurt. De vogels (ja, meneer de koekoek, dat weten we nu wel) en kikkers (ja, meneer de kikker, dat weten we nu wel) zorgden voor de achtergrondmuziek. stand 15447 km.
|
zondag 1 juni 2003Na de koffie eerst even keren want door de ongevallen boom konden we niet in dezelfde richting doorrijden. Stefan probeerde de douche uit (weinig druk maar wel lekker) en Kees ging nog even zwemmen (eerst plassen, weinig druk maar wel lekker) bij het strandje van gisteren. Daarna op zoek naar de snelweg. Er zijn hier niet zoveel opritten als in Nederland, dus uiteindelijk hadden we beter meteen de ‘brute force’ methode via Langres kunnen gebruiken. De volgende keer kunnen we beter meteen via Humes rijden naar afslag 7 van de A31. We waren op de bonnefooi toch tot de French Highway gekomen maar er zat helaas een hek. Op naar Les Gorges de l’Ardèche! Dat betekende flink doorkarren op de péage, want we waren gisteren nog boven Dijon gestopt. Het was behoorlijk druk op de weg en sommige Fransen hebben de vervelende gewoonte om of de hele tijd links te blijven rijden, of om telkens weer terug te gaan naar rechts (Kees noemt dat rechts-magnetisch inhalen) waardoor ze constant aan het slalommen zijn. In de tegengestelde richting zagen we lange files: Fransen die terugkeren na een Hemelvaartweekend ‘dans le Midi’. De laptop was bijna leeg (kwa akku) dus moesten we maar eens op zoek naar wat ‘hookups’. Stefan had in de campergids een servicepunt gevonden maar dat bleek onvindbaar! De routebeschrijving was zeer summier maar nadat we al waren omgekeerd zagen we toch een bord met de juiste naam. Het was 300m van de RN af, en bij het kruispunt rechts. Nou, vergeet het maar! (Kees: ik keer om en ruk dat bord uit de grond). Nou heeft Stefan al ervaring van vroeger dat een “Franse” afstand van 300m best wel eens langer kan zijn en dat ze geen helden zijn in het plaatsen van bordjes, maar dit was weer echt het toppunt. Na een veelvoud van 300m over allerlei kleine weggetjes gereden te hebben hebben we het maar opgegeven en zijn we richting de Gorges de l’Árdèche gereden. Dan maar geen laptop op 220V. (Kees stopte nog bij het bord maar er waren iets te veel mensen om het bord met de camper omver te trekken en in een ravijn te flikkeren). Voorbij Pont St. Esprit zagen we een bord voor een camping, en gingen op goed geluk erheen. Nu zitten we op een camping aan de rivier de Ardèche met hookups (230V): Parc de Peyrolais. Een camper heet hier trouwens een camping-car (op z’n Frans uitspreken uiteraard). Geen enkel probleem wat betreft campers, tenten of caravans. Kees heeft z’n experimenteer-Chess-GPS aan de praat gekregen. Hieronder kun je de coordinaten lezen. Hij zit nu zelfs te solderen! De laptop is de camera aan het sucken maar halverwege is het poef. De juf van de stroom komt er aan en na wat checkdisk-operaties zijn de foto’s er weer. We hebben al even gezwommen. De Ardèche is hier niet al te diep: 30 cm tot 1 meter. Er is hier een mini-dam waar het water zich overheen stort, met daarnaast een doorlaat die als mini-wildwaterbaan te gebruiken is. Stefan heeft paella gekookt, en daarmee is de meegenomen voorraad op (Kees typt dat er nog Amaretto is ;-). Morgen moeten we de dus boodschappen doen – met de fiets! Oh shit, zegt Stefan, fietstas vergeten. Wel een suffe maar dat weten ze hier niet. ’s Avonds lekker wijn en bier en koffie met Amaretto. Waar je overigens nooit te veel van hebt. Waar zijn de theedoeken trouwens ;-? Stefan speelt keyboard tot 21:59 en Kees typt nog wat. Hoera 220! De Zelfgemaakte-gps zit nu op het dashboard op de 12V (wie duwt ons morgen aan?). Het werkt, wel komen er nog vreemde buitenlandse tekens in beeld (Kees zegt Japans, want die sate is zo lekker). Morgen niet vergeten de antenne weer van het dak te halen, offeh... overmorgen. We horen de “kikkors” die Stefan inmiddels overstemmen. De GPS zegt N44°17’28.0”-E4°35’21.0”, op de Michelin-kaart is dat inderdaad de Ardeche, het schijnt dus een beetje te werken. Zometeen gaat de stekker uit het keyboard trouwens, Have a little faith in me, bah, duizendste keer. Kijken wat Stefan zegt. Zal wel He-he-heee zijn ;-) stand 15981 km |
|
|
|
maandag 2 juni 2003Vandaag zou de grote fietsdag worden, maar zoals je aan de kilometerstand kunt zien is daar niet zoveel van terecht gekomen! Maar goed, beginnen bij het begin. Eerst maar eens het gisteren bestelde brood afhalen bij de bar. Dat soort dingen is altijd goed geregeld in Frankrijk! Na een lekker ontbijtje met croissants is het tijd om de fietsen van het fietsenrek te halen. Kees had na al het rijden van de afgelopen drie dagen geen zin meer in rijden, dus vandaag met de fiets naar Aven d’Orgnac en boodschappen doen in Pont St. Esprit. Aven d’Orgnac ligt op maar iets meer dan 15 km van de camping, dus met frisse moed gingen we op weg. Stefan dacht nog even dat zijn fiets te lijden had gehad van het vervoer achterop de camper, want zijn fiets ging opeens zo zwaar. Maar dat was gewoon ‘vals plat’. Na een kwartiertje heuvel op heuvel af begon Kees heftig te protesteren. Was dit soms een verkapte poging van Stefan om hem aan het sporten te krijgen?! Het is hier toch een stuk minder plat dan in Nederland, dus is 15 km fietsen opeens iets heel anders, zeker op fietsen zonder versnellingen. Nog een stukje verderop toch maar teruggegaan. Het was tenslotte maar een klein stukje rijden met de camper dus dat zou geen probleem moeten zijn. De weg terug naar de camping was meer bergaf dan bergop, dus erg verfrissend en snel. Stefan wilde zo weer, wat Kees prima vond maar dan wel zonder hem. Kees stelde nog voor om Stefan op de top van een berg met een fiets te droppen en hem blij naar beneden te laten karren. Terug op de camping eerst even de rest van het stokbrood weggewerkt en daarna de camper rijklaar gemaakt. We zijn alweer bijna net zo bedreven daarin als twee jaar geleden in Amerika, al is het nu bewerkelijker doordat alle ramen telkens open dan wel dicht moeten. Met open ramen kunnen we niet rijden, maar met dichte ramen is het niet te harden vanwege de warmte. Onderweg hadden we wederom last van stank uit de vuilwatertank. Dit kwam door de overgebleven fajita-marinade die we door de gootsteen hadden gespoeld. Dat hadden we beter niet kunnen doen, want dit was een erg lekker soepje geworden! Dus de tank maar even flink doorgespoeld met toiletchemicaliën. Daarmee waren we onderweg lekker aan het hobbyen. Op een verlaten weggetje hebben we de boel eruit laten lopen en we zijn maar gaan rijden, met een lang nat spoor achter ons aan. Dan nu de grotten. Het verschil tussen een aven en een grotte is dat een aven een verticale opening heeft en een grotte een horizontale. Een grotte is daarmee makkelijker toegankelijk en vaak bewoond geweest door prehistorische mensen, wat nu nog te zien is aan achtergebleven rotstekeningen. De Aven d’Orgnac is pas in 1935 ontdekt. De toegang was al langer bekend maar werd gebruikt om kadavers van vee en huisdieren in te gooien (et des mauvaises femmes volgens de gids). Dit is sinds 1915 verboden (dat van die huisdieren). De Aven d’Orgnac is één van de mooiste druipsteengrotten van Frankrijk en daarom een ‘site de France’. Omdat de grotten door het bezoek worden aangetast is maar 10% voor het normale publiek toegankelijk. Kees was nog niet eerder in een druipsteengrot geweest, dus dit was meteen een goed begin. Er waren verschillende vormen stalagtieten en stalagmieten te zien, onder andere bloemkoolvorm, gelijkend op een stapel borden of pannenkoeken, en een soort combinatie van die twee met vertakkingen. Het apartst waren de lamellen of gordijnen (Kees noemde het verse pasta), die ook Stefan nog niet eerder had gezien. De rondleiding van een uur ging over meer dan 700 treden naar beneden, en daarna met de lift weer omhoog (niet omdat we lui waren, maar omdat het omhooglopen erg veel CO2 zou prduceren ;-). Alles was smaakvol verlicht; geen kitscherige gekleurde lampen. De rondleiding was in het Frans maar wonder boven wonder perfect te volgen doordat de gids zijn spreektempo aanpaste aan de merendeels buitenlandse groep. Zouden meer Fransen dat maar doen! Na het bezoek aan de grot nog even door het prehistorische museum gewandeld, en daarna door naar Pont St. Esprit om inkopen te doen. Stefan had gelukkig extra veel Emmentaler mee! Terug op de camping nam Stefan even een duik in de Ardèche terwijl Kees ging zitten hacken in C om de GPS verder te verbeteren. Hij was nog steeds bezig toen Stefan het eten klaar had: penne met ratatouille en brochettes op de BBQ. Lekkurrrr. Stefan hoorde bij het afwassen van Kees wel wat water stromen onder de camper. O ja, Kees had de afsluiter nog niet dicht na het omspoelen van vanmiddag. Stefan maakte na het eten koffie. Opeens gromde hij iets van Ggggh! En hij erkende dat een essentieel deel van een bak koffie toch wel de koffie zelf is. Hij stond het filter leeg op te gieten... stand 16031 |
dinsdag 3 juni 2003Opstaan met koffie uit de bar – maar Stefan moest Kees wel eerst wakker porren. Knorbeest sliep echt wel na de nachtelijke onderbreking van de mobiel van Kees die midden in de nacht voer nodig had (accu leeg). Alles inpakken, we gaan. Kees had de stoelen al achterin gestopt en was bezig de fietsen op het rek te zetten en zo begon deze vreemde dag al met verwarring. Wat ga je nou doen? vroeg Stefan, we gaan nog niet weg hoor, alleen een dagje rijden. He? Nou ook goed. De Gorges d’Ardèche is de streek rond de rivier de Ardeche die stroomt van links naar rechts of andersom, maar in elk geval naar beneden. De rivier is helemaal tot wel 200 meter diep uitgesleten als een canyon in het kalksteen. We zouden rijden door St. Martin d’Ardeche. Een mooie hangbrug zou ons erheen brengen maar die was ongeveer twee meter breed en we hadden geen zipprogramma mee voor de camper. Het paste echt niet, dus dan maar omrijden. Langs de route waren allemaal uitzichtplaatsen met een hekkie eromheen, zodat je moeite moest doen om te vallen. Erg mooi om beneden de kanoers te zien varen en de uitgesleten helling te zien, en helemaal beneden steeds de rivier. Die meanderde zo ontzettend dat het zo af en toe moeilijk te volgen was hoe hij nou precies stroomde. Dat herhaalde zich telkens tot we het een beetje zat waren en wat gingen drinken. Daarna reden we door naar de Pont d’Arc, een natuurlijke boogbrug van steen, ontstaan door erosie. We gingen naar beneden (de camper stond in de schaduw) en gingen zwemmen onder de boog. Mooi! Zo mooi dat Kees meteen een kano wilde huren en hier een nacht blijven. Stefan begreep daar natuurlijk geen klap van en bazelde wat terug. Na een uurtje blaten naar elkaar kwamen we tot de slotsom dat we inmiddels al een uur verder waren. Daar waren we het dan relatief zo erg over eens dat we terugreden via de grotten waar we gisteren waren, omdat we anders weer dezelfde weg terug moesten inclusief alle haarspeldbochten. Zo kwamen we met een boog weer op de weg naar de camping. Die weg kennen we nu wel. Onderweg nog even lekker meloen met ham gegeten. Stefan maakte pasta met paddo’s, heel erg lekker, nee echt ontzettend lekker. Veel lekkerder dan een restaurant. Wat lamsvlees en runderspies erbij gebarbecued en de rest Chianti, voorafgegaan door bier (voor Kees dan) en vergezeld door Emmenthaler. Toe: een yoghurtje met vruchten en Amaretto. Stefan ging steeds blijer kijken. Kees hackte weer wat verder (Stefan had de vorige bug gevonden) en we kwamen tot de conclusie dat er ergens iets mis was met het geheugen. Morgen meer. In elk geval was de klok in BCD-formaat (22:49 is dan 16:31 voor de computeraars onder ons). De camera wil steeds slechter sucken op de laptop, maar onder DOS wil het wel een beetje gaan met een BAT-je. stand 16119 km |
|
|
|
woensdag 4 juni 2003Koffie en alweer bijna wakker... We gaan de boel opruimen en op pad. Eerst nog even een paar foto’s gemaakt van Pont St. Esprit vanaf de gelijknamige brug. Daarna naar het Romeinse aquaduct Pont du Gard. Een uurtje rijden en dan ben je er al. Dit enorme aquaduct werd 2000 jaar geleden gebouwd door de Romeinen om de stad Nimes van water te voorzien. Je werd daar een betaalde parkeerplaats op geleid, het is blijkbaar een soort Franse Efteling. We liepen het infocentrum in en zagen dat de maquette niet klopte, waarna we wel in de goeie richting liepen naar de enorme brug die een oud aquaduct bleek te zijn. Je kon over de onderste gang lopen, wat op zich leuk was, maar later saai. Kees ging over de rand om een foto te maken en liet zich na de foto terugfluiten door een officiele meneer met een fiets. De foto was toch al gemaakt. Aan de overkant was verder niet zoveel te zien. Bij het teruglopen kwamen we weer langs “de staarder”, een donkere jongen die ons heel interessant vond. Er liepen trouwens wel meer zulke lieden rond. Ze waren bezig met omvangrijke restauratiewerkzaamheden omdat het aquaduct op de nominatie staat bij hoog water weg te spoelen. Daardoor konden we helaas niet het aquaduct zelf op. We zagen een strandje verderop beneden en besloten daar te gaan zwemmen. Kees had verder niks nodig en Stefan ging wat spullen halen uit de camper. Kees daalde af volgens een erg korte route: langs een boom. Alvast in het water, mmmm ontzettend koud (volgens Franse norm). Stefan kwam later en probeerde op een helling zijn korte broek en schoenen uit te doen, wat pas goed lukte toen hij gewoon wat lager op het strand stond. Kees heeft 165 fimlpjes gemaakt van de visjes die daar rondzwommen. En veel foto’s, die van de libelle is erg mooi geworden. Stefan ging nog tot onder het aquaduct zwemmen, best wel een heel eind, ook nog eens naar de overkant, het vet giert eraf hier. Na deze afkoelperiode gingen we richting Uzès, wat veelbelovend klonk. Onderweg zagen we camping International, waar we keken of er plek was. Ja, en aan de rivier de Gardon (zelfde als bij het aquaduct maar meer stroomopwaarts). Na een plekje uitgezocht te hebben gingen we verder naar Uzès. Dit is een oud stadje waarvan de oorspronkelijke ommuring helemaal in de bebouwing is geintegreerd. We volgden de bordjes naar de parkeerplaats maar dat bleek een garage te zijn met maximale doorrijhoogte 2 meter... Dus maar op straat proberen. Toevallig reed er net iemand weg waardoor we een mooi plaatsje hadden. We hebben een uurtje rondgewandeld. Er was een leuk pleintje met platanen en een toren die wel wat weg heeft van die van Pisa, al staat hij niet scheef. Na wat omzwervingen kwamen we precies weer bij de geparkeerde camper uit, alsof we het zo gepland hadden. Bij het wegrijden schampten we nog een reclamebord, jammer voor het bord. Toen terug naar de camping en lekker het prutje groenten opeten (Stefan: ratatouille!) en barbecuen (lamsvlees en karboos van de slager). Ze waren lekker gemarineerd en heerlijk geworden. Stokbrood even op de barbecue, mmm. We hadden nog witte wijn, niet koud maar wie ziet dat hier? Verder nog een kaasje en een joggertje. Na het eten moest Kees afwassen maar hij had een idee hoe de bugs in de software van de GPS op te lossen. Dat lukte, nu is de positie in beeld (na wat rekenen de tiende seconden laten vallen,was toch altijd 0) en hoogte in meter en kompasrichting (NNW etc.) toegevoegd. Okee klaar voor de afwas. Daarna natuurlijk weer een bakkie koffie met cakeje. Stefan stopt weer zijn achterlicht in zijn neus om de pollen te verdrijven. Het wordt donker. We ruimen op en gaan naar binnen. stand 16222 km N43°57’17”-E4°30’51” (hoera, de GPS doet het!) |
donderdag 5 juni 2003We gaan vandaag weg van de stuifcamping (de wind hier is best hard (Mistral!) en de grond is een soort loess, stuifklei (dus niet dat de versgebakken asbakjes om je oren vliegen). Stefan had koffie gezet en op de tafel naast de bijrijdersdeur stond de tafel gedekt, vrij uit de wind. Toen alles ingepakt was gingen we rijden. Beetje stroef, maar het ging. Toen bleek dat de stabilisatiepootjes achter nog uit stonden... de ene (rechts) ging nog wel terug, de andere was losgegaan en de spindel was krom. Zo goed en zo kwaad als het ging hebben we het pootje ingedraaid en reden naar de uitgang. Daar ging Stefan uitchecken en Kees met een hamer de boel repareren. Uiteindelijk zit de spindel weer vast maar issie nog krom. Meer daarover straks. Als eerste stad deden we Nîmes aan (met een dakje). Daar werden we door de stad gevoerd naar parkeergarages waar geen max. hoogte bij stond. We trapten er niet in en wilden parkeren bij een parkeerplaats (het stond vol) maar vanwege de Pinksterfeesten was het verboden te parkeren. Na wat rondrijden zagen we in de stationsbuurt een supermarché dus ook een grote parkeerplaats voor maximaal één uur. Okee dan. Die nemen we. Lopen de stad door: eerst het Maison Carré, een Romeinse tempel die beter is geconserveerd dan bij de trotse Italianen zelf. Deze tempel is in de loop van de eeuwen voor allerlei andere doeleinden gebruikt geweest. Leuk om even binnen te kijken. Daarna gingen we weer lopen naar het park, dat was wel even zoeken op de zon zonder kompas of GPS. Er zaten wat zwervers en veel studenten in het park, er waren verschillende vlakken op hoogte en we gingen steeds verder; het park bleek toen pas echt groot. Daarna was het even zoeken naar de Arène, het Romeinse theater waar Elton John gaat optreden 13 juli. Leuk! Een enorm groot gebouw, rond 100 meter gok ik. Wel helemaal dicht, dus we liepen er omheen maar konden er niet in. Leuk dat zo’n theater na 2000 jaar weer gebruikt wordt waarvoor het bedoeld is, al is het hedendaagse vermaak iets minder wreed dan bij de Romeinen (behalve dan de stierengevechten). Toen waren we het wel een beetje zat en zochten de auto weer op. Behalve de Romeinse overblijfselen is Nîmes gewoon een grote vieze drukke Franse stad. Stefan ging nog even de supermarkt in en Kees reed rondjes om de GPS te testen. Die deed het prima. Okee, nu naar Aigues-Mortes, het dode water (er is ook Aigues-Vivres). Dat is (net als San Gimignano in Italië) een volledig ommuurd middeleeuws stadje. We konden nergens in de buurt kamperen, maar er was een plaats voor campers net over de brug (bij de rotonde met een treinspoor door het midden, en zebrapaden die uitmondden op een vangrail). Het kostte eigenlijk 5 euro per nacht, maar die kwam niemand innen dus stonden we voor niets. Er was ook een of ander vaag schoonmaakstation, we nemen aan voor het chemische toilet, maar hebben dat niet uitgeprobeerd. Alles is nog intact in de stad, en uiteraard behoorlijk toeristisch. We hadden de lunch overgeslagen en het was nog veel te vroeg om te gaan eten, dus hebben we bij de patisserie maar wat lekkers gescoord. Een chocoladetaartje met de naam ‘Paradis’ laat Stefan natuurlijk niet aan zich voorbij gaan! We hadden een restaurantje uitgezocht waar we zouden kunnen gaan eten, maar eerst de muur rondlopen. Dat kostte 6,10 euro en de dame achter de kassa zat te blaten dat ze door het wisselgeld heen was. Ja, zegt Stefan, wat wil je, lekkere prijzen ook! We hebben helemaal rondgelopen over de rechthoekige muur, we waren trouwens bijna alleen. Kees probeerde een middeleeuws wc-gat uit en het werkte. Stefan liet zich niet kennen en mikte ook van boven op een picknickend gezin. Pret voor 10. We gingen terug, het begon te spetteren en de bovenluikjes waren nog open. Op tijd waren we terug en Kees viel als een blok in slaap. Stefan had nu alle tijd om de campersleutels te verstoppen. Kees werd laaaangzaam wakker en we kleedden ons om om te eten. Kees had zwarte voeten en niet zo’n beetje ook. Echt goor. Het restaurant heette "Le dit vin" (we kwamen er niet achter wat het nou precies betekende). De baas had twee schone zonen en die werden goed bekeken. De oudste was effe te zeker van zichzelf en het ukje was wel leuk. We schatten ze op 15 en 18. Het restaurant was leuk ingericht en ook de kok deed goed zijn best. Kees had (goh) zalm en konijn en Stefan had paprika gevuld met geitenkaas en Rouget met drie sausjes. Stefan vertelde over ALM en QRM en wat hij zou doen als hij weer bij de bank was over twee weken. De wijn deed verder zijn best en we zaten eigenlijk best lekker, tot we moesten gapen. Kees zei dat de twee zonen Laddi en Tion hetten. Stefan dacht dat dit een verbastering was van John Leddy en zei dat de juffrouw achter de bar dan zeker Carry Tefsen was. verbazing alom. L’addition is natuurlijk Frans voor “mag ik de rekening?”, maar ja, Stefan en Frans... ;-) Terug bij de camper gingen we de sleutels weer zoeken en Stefan had ze gevonden op de plaats waar hij ze had verstopt. Gauw een verhaaltje tikken, de foto’s sucken (ging prima met suck.bat) en klaar is Kees. Stefan maakte de route voor morgen en Kees gaat de PC afsluiten. Bon soir. stand 16294 km, N43°33’57”-E4°11’09” |
|
|
|
vrijdag 6 juni 2003We werden vroeg wakker (Kees sliep wel door het geluid van een dieselmotor heen, maar kikkors hielden hem van de week nog wakker). Het water was op. Stefan zette toch koffie (hij trok zich er niets van aan want had nog een voorraadje drinkwater in flessen achter de hand) en we lieten het afwaswater uit de vuilwatertank in de daartoe bestemde put lopen. Daarna snel weg, want ’s morgens zou er iemand komen om af te rekenen (je blijft Hollandais). Na veertien keer de rotonde heen en weer zagen we Arles en gingen dat volgen. We gingen in de richting van Les Baux de Provence, het plaatsje op de bergtop dat een ouder dan middeleeuws karakter had. Eerst kwamen we langs een dorpje dat een bakker en een pleintje had. We hadden het ontbijt overgeslagen dus daar ging Stefan naar de bakker om brood en ander lekkers te halen. De klokken luidden, het leek er op dat iemand was overleden (of ging trouwen, dat kon je niet zien). Je mocht daar tot 13:00 uur parkeren en het was pas 10:00 uur of zo. Lekkere paté en van die dunne stokbroodjes (die heten ficelles). Bij Les Baux konden we de camper parkeren bij een wegafzetting en we liepen we naar boven. Daar kon je zo het oude dorp in, geheel in toeristenstijl. Wel leuk hoor, alles oud. Uiteindelijk besloten we voor het kasteel het kaartje te kopen van 7 euro de man en kwamen we in het min of meer afgebroken gedeelte (in de 19e eeuw had men dit deel, een kasteel, uitgehakt in een rotswand) plaksgewijs gemold omdat ze stenen nodig hadden voor iets anders. Oud wapentuig was er te zien, en oude kamers die nog in de rotswand te zien waren. Erg leuken waren de duiventil (die zowel als postduif als om te eten werden gehouden). Rijden maar weer, er komt een mooie route aan langs plaatsen die nog te klein zijn om gehucht genoemd te worden, dus goed opletten bij elke splitsing. Gelukkig konden we de GPS goed aflezen zodat we zagen in welke kompasrichting we gingen. Er stond bijvoorbeeld ESE of NW in beeld voor resp. oost-zuidoost en noordwest. Dat moest dan met de kaart kloppen. Af en toe in de bergen verloren we een satellietje en zagen we even geen hoogte maar de positie, richting en snelheid deden het nog wel (in de tunneltjes vielen ze allemaal uit maar een seconde later was alles er weer). We hadden ook over de route nationale kunnen gaan, maar dit was veel leuker want zo zagen we meer van dit bergachtige gebied dat Les Alpilles wordt genoemd (ik neem zoiets als de Alpjes). We gingen over een vrij nieuwe brug, waar de oude hout/metalen hangbrug nog naast hing op 50 meter. We draaiden het oude pad in en Kees klom de brug op. Stefan scharrelde tussen de struiken maar Kees had voldoende aan de brug. De brug ws volkomen rot en je zakte er bijna doorheen. We dronken daar nog wat en gingen verder. We waren op weg naar Gorges Régalon, een nauwe spleet van minimaal 80 cm in een enorme berg. We klommen de spleet in en volgden de droge rivierbedding omhoog. Dat was soms wel klimmen. De terugweg was toch wel gemakkelijker. De spleet was soms zo smal dat je dwars er doorheen moest. Er waren ook nog andere bejaarden trouwens, die deden dezelfde route. Het stond nu droog maar in het vroege voorjaar schijnt het water met flinke kracht naar beneden te komen. We waren er klaar mee en zochten een zwemplaats. Die leek te zijn bij een rivier, we gingen een pad in maar dat werd heeeeeel lastig keren; het lukte wel. Dan maar terug. Stefan zag op de kaart dat Lac de St. Croix nog maar een dik uur rijden was, dus konden we net zo goed meteen door. Daar konden we zeker zwemmen! Het was een stuk het dorp door, een stuk snelweg en uiteindelijk een heel deel door de bergen, steeds meer omhoog. De GPS gaf ongeveer 50 meter te hoog aan (we zagen een plaats met aangegeven hoogte). Er waren campings, maar die bleken niet aan het meer. Na wat zoeken kwamen we op een camping met voldoende plaats in St. Croix de Verdon. We zetten de camper neer na het bekende geharrewar over de zon en takken en zo, maar hij stond. Recht onder een kersenboom, achterlijk vol met heerlijke zoete kersen. Shit, water vergeten, weer rijden dus. We waren nog steeds helemaal leeg. Bleek 15 meter achter ons het tappunt te zijn. Hmm, terug en klaar. Uitklappen, douchen en de barbecue aan. Eerst paprika er op in folie, dan de kip en we maken er dan kees z’n dia’s van (zo klinkt het tenminste). Tortilla’s met Goudse kaas, dan de kip en paprika erop en dan weer op de barbecue tot de onderkant knapperig is. Kees gaat weer effe hacken want hij heeft nieuwe functies bedacht voor de GPS. Maar eerst koffie! Tijdens het eten, rond 20:30 uur, kwam een franse familie naast ons staan, en gingen aan de slag om de tent om te zetten. Dat duurde zeker tot 22:30 uur, en bij inspectie bleek de tent nog niet te staan. De kinders blèrdern er lekker op los, want Pinkster is nu eenmaal vakantie. Om 00:00 was het pikkedonker en waren ze nog bezig. Om 01:00 was de tent klaar, Stefan sliep al en Kees ging de "famille du Bruit" vertellen dat de geluidsisolerende waarde van 1mm nylon niet echt feestelijk is. Ze schrokken en het was bijna stil. Papa was nog wel druk met de kinderen vlka voor het slapengaan te laten schrikken en koppetje duikelen. Handig, gaan ze rustig van slapen??? stand 16533, N43°45’25”-E6°09’15” |
zaterdag 7 juni 2003Wakker, famille du Bruit is weg of slapen nog. Vanochtend eerst maar even naar de supermarkt want we hadden geen brood meer en ook het vlees voor de BBQ was op. Met een steil weggetje van 10% liepen we naar de mini-Intermarché, die gelukkig vrij dichtbij is. Terug op de camping zat Stefan zich te ergeren aan een onophoudelijk gepiep. Toen dit maar niet ophield ging hij maar eens op onderzoek uit. Het bleek uit een Duitse tent even verderop te komen. Het Nederlandse stel dat ernaast stond zat al een tijd in de herrie (daar hoorde je het veel harder) maar durfde niet zomaar de tent in te gaan. Nou daar had Kees geen moeite mee dus even later was de boosdoener (een wekker) uitgezet. Na de lunch was het hoog tijd om het meer uit te proberen. Er is vlakbij de camping een strand; we hoeven alleen maar een straatje over te steken. Het water was schoon en koel. Stefan ging naar de boei op en neer terwijl Kees op zijn nieuwe luchtbed ronddobberde. Daarna terug naar de camper, waar Stefan ging lezen en Kees, in de auto, verder hacken aan de GPS. Hij heeft daar de hele middag gezeten! Aan het eind van de middag hadden we honger dus maakte Stefan wat pasta en sla. De camper staat onder een enorme kersenboom geparkeerd die vol hangt met heerlijke zoete kersen. De Fransen naast ons zijn wat minder lang dus we hielpen met plukken. Op een gegeven moment klom Kees zelfs in de boom. Daarna gingen we eerst nog even een wandeling langs het meer maken. Hier en daar was de grond behoorlijk weggeslagen, je zat tegen zo ongeveer een meter verticale doorsnede aan te kijken inclusief boomwortels. Sommige bomen hadden het niet overleefd maar de meeste hingen half in het luchtledige met hun wortels. Terug bij de camper biefstuk teriyaki en gemarineerde karbonaadjes op de BBQ. Lekker flesje rosé erbij. Na het eten had Stefan zin in zingen dus werd het keyboard tevoorschijn gehaald terwijl Kees ging afwassen en een wasje doen. Al snel was er publiek en werd er zelfs met aanstekers gezwaaid. Na een paar nummers werd het donker en bedtijd voor het jeugdige publiek, dus dat was het einde van de voorstelling. ’s Nachts waren de kinderen van Famille du Bruit aan het janken (misschien lekker eng gedroomd?) en werden in de isolerende auto gepropt. Daar werden ze ook niet stil van, waarna pa of ma maar over de camping aan de wandel ging met de kleine, want het scheen dat verderop nog mensen sliepen. Stand & coördinaten zelfde als gisteren. |
|
|
|
zondag 8 juni 2003Wakker worden, koffie. Fam. du bruit is weg, of slapen nog. Lekker bekend. Kees gaat de was van gisteren uitspoelen en natuurlijk douchen. Dan lekker ontbijten, de mascarpone met gorgonzola is alweer op, mmm, lekker spul. De watertank moest bijgevuld, en de WC geleegd. Stefan deed het water en Kees de vieze tank. Ging heel makkelijk en was niet erg vies om te doen. Stefan had het toilet weer schoongemaakt en we waren klaar. De route was vandaag naar de andere kant van het meer bij de ingang van de Grand Canyon du Verdon, daar eventueel zwemmen en varen en kijken waar we konden (wild)slapen. Na twee nachten camping omringd door krijsende kinderen waren we wel toe aan wat rust! We reden het meer langs en via een putvormige omweg (330 gradenbocht) kwamen we langzaam bij de brug waar heel Frankrijk bijeen leek te komen om Pinksteren te vieren. Bijna alle waterfietsen en kano’s waren al verhuurd, dus we liepen alweer terug om het aan de andere kant van de brug te proberen. Daar was de wachttijd voor een waterfiets 2 uur, dus dan maar heel sportief een kayak. Eerst de spullen uit de camper (Stefan vond de portemonnaie van Kees) want hier werd veel ingebroken. Er waren nog wat kayaks te huur. Dat was hier een dubbelwandige stabiele kano, ging prima. We gingen de Gorge in, onder de brug door. Heel indrukwekkend om te bedenken dat de Verdon dit allemaal heeft uitgesleten. Het werd het steeds smaller en we zagen mensen van de rotsen springen (het water in, welteverstaan). Kees maakte 532 foto’s. Er werd ook geabseild. Verderop vormde een beekje dat in de Verdon uitkwam een natuurlijke douche waar je onder door kon zwemmen en varen. Dat werd gedaan en de rots zelf was een geliefd springpunt. We voeren nog even door, het ging lekker zo met de wind fiks in de rug, de wind nam langzaam toe. Na een tijd was het wel mooi geweest en gingen we terug; we hadden de kano voor 2 uur gehuurd. Stefan ging zwemmen bij de doucherots. Het water uit het beekje was veel kouder dan van de Verdon! Kees dommelde een beetje in op het riante achterdek van de kano (liggend op het Blue Sky luchtbed dat we gekocht hadden in de dorpswinkel). Stefan zat inmiddels weer in de kano en Kees zag iemand springen. De camera weer tevoorschijn en klik en filmen. We gingen terug naar de verhuurder, waar we precies op tijd waren. Nutteloos wandelden we terug naar de camper want daar aangekomen keerden we om om te zwemmen. Lekker water daar! We stonden weer voor de camper en gingen rijden, ditmaal van het meer weg, want daar mag je niet wildkamperen en Stefan kan er wat van (heel wild dus). We hadden een eindje gereden langs dorpjes en toen zag Kees een weg naar een camping. Ook goed. De weg had even verderop een zijweggetje en dat leek wel de ultieme plek. We konden er in en op het einde was veel schaduw. Het was de serviceweg naar een GSM-mast, waar een huisje bij stond. Kees reed er in, bekeek de weg en maakte daar een inschattingsfout. We reden het laatste stukje bijna naar beneden bij het huisje en toen konden we alleen nog maar omlaag rollen, omhoog deed niks want de wielen schraapten zand en stenen. Shit, voorwielaandrijving... Stefan had het niet meer want Kees mompelde iets van Hm... ik zie effe niet hoe we hier uit komen... Veel wikken en wegen en elkaar niet begrijpend zagen we een uitweg. Eerst achteruit naar beneden langs het huisje, dan linksaf omhoog terug tot in het bosje, en daar achteruit kerend het hele pad achteruit terug. Dat moest een paar keer geoefend en pas in de tweede versnelling ging het goed. Het bosje in en opnieuw draaien. Toen een dot gas en achteruit in een keer de weg op en terug tot de asfaltweg. Hehe, het liep best wel dun in de broek. Stefan had zich weer onder controle en nam meteen de leiding door bezwerende gebaren te maken en te verklaren dat we nooooit meer een zandpad op moesten en zeker niet als het schuin was. Kees was allang blij dat hij niet gezegd had dat hij zo erg geschrokken was van de logheid van de camper dat hij al visioenen had van boeren die 1000 euro vroegen voor een ritje op een lamme trekker. OK, het liep in elk geval goed af. Daarna vervolgenden we de weg, wat uiteindelijk leidde tot een niemandsland; steeds slechtere weg en we besloten dat het een camping voor doorzetters was (die hebben geen camping nodig) en wij keerden om. Nog effe een foto maken bij het GSM-huisje en weer door. We reden terug naar de doorgaande weg. Daar kwamen we op gegeven moment uit bij een dorpje (Roumoules), vanwaar er wat stille weggetjes naar het meer liepen. Langs zo’n weggetje zouden we vast wel een plaatsje kunnen vinden. We vonden iets tussen twee weggetjes in, met schaduw. Stefan begon met koken toen alle vliegen dood waren gemept. Kees typte het verhaal en het eten was klaar. Morgen maar weer een camping? We hadden lekker gegeten. Er stond eigenlijk BBQ op de planning maar vanwege de vliegen bleven we liever binnen dus werd het lamsblokjes met pasta en courgettes in een honing- en tomatensausje. De hond verderop blafte af en toe, maar wel hard en laag. Het beest kwam zelfs om de camper heen gelopen en zag verder niets. hij had beter moeten kijken, want een konijn huppelde met wat geraas van een helling af en hupste weer uit zicht. Toen begon de drummer. Ergens was een huis dichtbij, of iemand kon hard meppen. Het bleek dat het huis inderdaad op 50 meter afstand stond. De drummer hield op. We bleven wijs binnen door de vliegen en hebben de week doorgesproken voordat we naar bed gingen. Lekker slapen met een lege fles rosé nog op tafel. stand 16611 km, N43°48’13”-E6°09’65”, 383 m (hee, de hoogte doet het). |
maandag 9 juniWe stonden op en gingen meteen weg. We kwamen terug bij Romoules waar we warm stokbrood kochten. Stefan haalde een telefoonkaart en belde zijn oom Pim, die een mooie lokatie op de kop had getikt om zich voorgoed terug te trekken. Pim vond het goed dat we langskwamen en zag al aan de nummerherkenning dat we in de buurt waren. Hij gaf een beknopte routebeschrijving naar zijn plaats. Eerst gingen we zwemmen bij Lac de St. Croix. Het was heeerlijk! We droogden ons af in de camper, wat verdacht lang duurde. De route de Crêtes zouden we eerst volgen (langs de toppen van de bergen rond de Gorges du Verdon), en dan Pim z’n huis opzoeken. De route de Crêtes was erg mooi, leuk om zo hoog (1200 meter ongeveer) te rijden. De GPS gaf precies 53 meter teveel aan. Stefan dacht dat Kees vergeten was er 50 meter standaard af te trekken. Maar Kees hield vol dat hij dat wel zo had geprogrammeerd. We zien het later wel. Je kon steeds stukjes berghelling zien en soms ook het water helemaal beneden in de Gorge. We zagen nog een bruine geit, die lag een beetje stom te kijken bij een parkeerplaats. Op Point Sublime was het walhalla qua bergen te aanschouwen, maar de hitte was zo enorm dat we het maar even gezien hebben. Gauw weer de camper in. Inmiddels waren we in de buurt van Pim en gingen we op zoek naar Les Arcs (eerst even tanken bij een verstopte supermarkt). Het was heel gemakkelijk te vinden, bij een hoogspanningsmast zou een minder leesbaar bord staan. En dat stond er. Les Corossols heette het. Stefan belde aan en het hek zwaaide elektrisch open. Diana kwam aanlopen en heette ons in het Nederlands welkom. Han en Ad waren net weg toen we belden. Ze werden twee weken lang verwend; Diana had weer hoogstandjes in de keuken verricht. De verhalen bleken te kloppen – ze zou heerlijk koken. We kregen een drankje aangeboden en Pim zat al aan de rosé (limonade zei Di). Aan de rand van het zwembad vond hij een mooi plaatsje voor zijn glas en zwom lekker langzaam heen en weer. We hadden het over zijn werk van vroeger, de bank, Chess, en hoe het leven volgens hem in elkaar stak. Hij had een grappige kijk op de wereld, wijs en lollig. Hij vertelde bijvoorbeeld dat in St. Tropez veel jachten lagen met de achterkant naar de wal, zodat de mensen op de wal konden zien hoe zij hun champagne dronken. En dat het helemaal niet verkeerd is daarnaar te kijken, dat was juist zo bedoeld. Er zou trouwens ook een leuke camping zijn (tussen de verhalen door over pinfraude) aan de kust bij St. Aygulf, aan zee. Dat leek wel leuk. Inmiddels arriveerde het olijfbrood met Di’s tapenade, heerlijk voor het eten. We kregen nog wat rosé en waren inmiddels opgedroogd voor het eten. Bij het aperitief serveerde Di ook nog kippelevertjes met bacon en pruimen. Een wonderlijke combinatie die wel erg lekker smaakte. Daarna was het tijd voor de rondleiding door de tuin. 6000 vierkante meter met 280 bomen en een moestuin. Pim had een heel irrigatiesysteem aangelegd omdat hij niet alles op z’n Frans wilde laten verdrogen. Het water (zowel voor huishoudelijk gebruik als voor de tuin) wordt zelf opgepompt. We waren net klaar met de tour toen Diana riep dat het eten op tafel stond. Er kwam zelfgemaakte pizza op tafel (met veel excuses dat Di na twee weken gourmet dinners helaas niet meer voor ons kon doen), hartstikke lekker! Er was salade bij. Kees kon weer eens niet langzaam eten en had alles al snel op. Stefan behaalde een eervolle tweede plaats. Diana en Pim aten normaal en vroegen of we niet nog meer wilden hebben. Het was echt voldoende en erg lekker. Na het eten was er koffie en whiskycake. Stefan en Kees bewonderden Di’s keuken, blauw met o.a. Bosch-apparatuur. De Bosch oven leek op die van ons, maar dan niet met een klep maar als lade zodat je er veel makkelijker bij kunt. Ze vertelde trots dat in de States dit al jaren in zwang was en ze de keukenboer (zowel in Nederland als in Frankrijk) achter de vodden moest zitten omdat ze precies wist wat ze wilde hebben. Pim vertelde dat ze normaal niemand in de keuken toeliet. Het was wel een mooie keuken! Na het eten keken we ook nog even binnen rond. Diana ging slapen en met Pim namen we nog een nightcap op het terras. Stefan ging na de wijn maar aan het water om wakker te blijven, maar Kees deed mee met de Corenwijn die Pim dronk. Later vertelde Di dat Ad die uit Nederland had meegenomen en Pim het normaal nooit aan gasten geeft. Na nog even gekletst te hebben gingen we slapen: de camper stond op het terrein dus we hadden onze eigen logeerkamer bij ons. stand 16748 km, N43°29’25”, E 6°26’40”, 150m |
|
|
|
dinsdag 10 juniWe werden vroeg wakker want we stonden in de zon. Kees ging er als eerste (!!!!!!!!) uit en plonste in het zwembad. Stefan kwam er al snel achteraan en zette daarna koffie. Pim en Diana gingen boodschappen doen op de markt in Lorgues. Intussen zaten wij onder de partytent de camera te sucken en de foto’s van de afgelopen twee dagen te bekijken. Daarna wilden we het dagboek gaan bijwerken, maar ze waren alweer terug. Snel nog even wat foto’s gemaakt en de camper rijklaar gemaakt. Tot slot gaf Di nog even trots een demonstratie van de automatisch in- en uitklappende hard top van haar Peugeot 206 CC. Wat een gaaf karretje! Terecht dat ze er zo mee in haar nopjes is. We vertrekken en worden uitgezwaaid. Pim vertelt nog even waar de camping aan zee is. We gingen direct naar St. Aygulf, een badplaatsje tussen St. Rafaël en St. Tropez. We hebben het snel gevonden en zien een stukje strand waar we meteen gaan kijken. Het is erg warm dus snel weer de camper in. Een van der Valk hotel bevond zich op de hoek van de boulevard. Daar is ook de ingang voor de camping. We schrijven in bij de “gendarme”. Hij wijst ons een “roze plaats” op de kaart, dat zijn plaatsen met elektriciteit. We rijden naar een rustige plek met uitzicht op bos en een meertje (vlak aan zee?). De grond is hier nog zacht, zeker net nieuwe plaatsen. Kees pakte de tafen en stoelen plus laptop en ging typen en hacken. Stefan ging een tukje doen. Piep piep piep. Piep piep piep. Stefan riep: ER PIEPT IETS (allergie voor monochrome geluiden). Kees zei: het is de laptop, er is wat met de stroomvoorziening. Een blik op het controlepaneel zei ons dat we geen deux-twenty hadden. Hm. Kees vloeken en tieren. Stefan was zomaar een keer relativerend: gedane zaken nemen geen keer (Kees zal het onthouden ;-). Verhuizen dus, want Kees volgde de kabel door de bomen (Tarzandraad) en kwam uit op een boîte vide, lege doos dus. Okee stoelen er in etc etc en gaan. We vonden een plekje meer bij de ingang die ook wel redelijk was. Toen we daar eenmaal geïnstalleerd waren was het warm dus gingen we afkoelen in zee. Het strandje is gelukkig vlakbij. Stefan begon aan de zalm teriyaki (bbq verboden dus op gasstel). Het was erg lekker. Het was nog erg warm dus Kees ging nog niet slapen (Stefan ging zijn middagslaapje afmaken). Kees had nog wat hackwerk te doen. Om 00:30 uur was het koel en ging het licht uit. stand 16788 km, N43°23’44”-E6°43’29”, 0m |
woensdag 11 juniLekker vroeg op (veel te vroeg) want we gingen fietsen naar St. Tropez of in elke geval: fietsen tot St. Maxime en daar de boot nemen naar St. Tropez. We gaan heerlijk, hier aan zee was het 0 meter hoog en bijna helemaal vlak. We kwamen al snel in een plaatsje met een bakker met parkeerplaats (slim van hem). We kochten een belegd geovend stokbrood van gisteren met kaas en ham. Of zo. En een fles water. Snel weer op de fiets, wel vreemd zo langs de auto’s. Een stuk van 100 meter is een fietspad, verder zo’n beetje over de zijstreep rijden. Bij St. Maxime aangekomen was het al bloedheet en snel gingen we naar de Capitainerie waar we konen inschrijven voor de boot. Ja, doe maar de boot met extra tour door de baai. We wisten echter niet dat dat neerkwam op een celebrity tour met details van alle beroemdheden die een villa aan de baai bezitten.De boot bleek binnen 5 minuten te gaan en laat weer terug want we wilden eten op het schiereiland. Eenmaal op de boot vroeg de capitain of er "Dutch?" people waren. Ja, veel mensen staken hun hand op. Later bleek hij (zucht, net als de rest van Frankrijk en Amerika) te denken dat hij heel cool vroeg of er Duitsers waren. Ja lekker, in drie talen hoorden we waar de familie Opel woonde (met zwembad op een lift), en zo nog wat beroemde mensen. het was niet te verstaan want alle frequenties behalve 1000 Hz werden door de speaker onderdrukt en bovendien had je nog moeite te horen welke taal het nu eigenlijk was. Hehe, aan wal gauw wat drinken. In een Ierse pub waar men nauwelijks Engels sprak nam kees een Grote Menerenbier. Gloep. We gingen nu wandelen door het best wel leuke dorpje. Leuke straatjes, erg dure boten (nog zonder borrelend tuig want het was voor hen te vroeg (11:45 uur zat Kees dus al aan een halve liter)). We kregen honger en om de een of andere reden had Stefan heel snel een tentje gevonden dat er goed uitzag en dat redelijk qua prijs leek: Café Milano op een pleintje vlakbij de oude stad. Kees nam pizza, Stefan had spaghetti. De pizza was echt super! Lekkere kaas en superham. Dit was echt de beste in jaren. Er werkten overigens twee nichten. Weer wandelen. Steeds warmer en warmer werd het en we wilden even zitten. Twee bankjes bij een dorpskraan (wel drinkbaar) was de plaats. Kees viel meteen in slaap op het bankje en Stefan dommelde wat. Na een uurtje om zo gingen we weer op pad – suf door de warmte. Dat diner op St. Tropez ging het niet worden; veel te heet nu en zo lang gaan we echt niet wachten. Ze hadden trouwens een Peugeot 206 als politiewagen in St. Tropez. En er rijden hier erg veel 206 CC (cabriolet/hard top) rond. Onderweg vind je ook overal Peugeot-garages. We liepen nog wat en besloten terug te gaan. Eerst twee ijsjes en wat wandelen en daarna ging de boot zowaar al. Langzaam gingen we terug want de dienstregeling was niet zo dat er al weer mensen op de kant stonden – de reis moest wel net zo lang duren als heen, lekker langzaam want dat is goedkoper (heen gingen we bloedjesnel tot de tour begon). De fietsen waren potjeheet, het zadel voelde bloedheet. Wat water er op en gaan. Het duurde best een tijd voordat we even stopten bij een Romeinse natuurlijke haven, waar een Duitser stond te zoeken waar het nou was. Op zich leuk, maar we moesten door. De lol was er wel een beetje af, het werd zo mogelijk nog warmer en de energie raakte een beetje op. We waren er bijna en toen kakten we wel goed in, Kees gaf Steef af en toe een zetje want die trok het niet meer zo. Gelukkig waren we er al. Kees sjeeste de camping voorbij want de helling ging zo lekker naar beneden. Op de camping eerst effe douchen. Heheeeee! We gingen wel uit eten want koken ging niet gebeuren vandaag. We fietsen wat doelloos rond om te kijken wat er allemaal was en kwamen tot de conclusie dat het hok voor de camping (echt vol Nedrlanders) wel aardig was. We bestelden rosé uit de buurt. Stefan had vissoep (blwuh) en Provençaalse rundstoofpot. Kees had warme chêvre op sla en konijn. Best wel lekker allemaal, maar wat eenvoudig. We kletsen nog wat met de buren en de rosé had ons te pakken. Gammel op de fiets de 100 meter naar de camping overbruggen. Eenmaal binnen ging het licht meteen uit. Zelfde stand en coördinaten als gisteren. |
|
|
|
donderdag 12 juni 2003We stonden iets vroeger op; het was de bedoeling dat we naar de Jura gingen rijden. Stefan had al betaald bij de receptie. Kees deed de fietsen op zijn plaats en ruimde de boel in terwijl Stefan binnen alles afwaste en dicht deed. Vroem. Doel: Lyon, daarna Malbuisson bij Lac St. Point (wisten we toen nog niet). Het was al warm. Het zou nog veel heter worden. We namen de péage naar het westen, daarna noorden. We gaven wat extra gas en de raampjes bleven open. Stefan kon zich amper een vakantie herinneren zonder airco. Ne vele honderden kilometers werd het te heet en gingen we van de snelweg af. Het ws een dorpje van niks en ook niks te beleven. Nou, dan maar effe in de schaduw. Even later rechtsomkeert en weer de snelweg op richting Genève. We reden in een boog om Zwitserland heen om de Alpen te vermijden. Even later zagen we rechts een heerlijk watertje met strand. Nee Kees, dat is de Rhone, vies bah. Oh. Nog later kwam rechts weer een heerlijk blauw watertje. DIE nemen we! We reden het dorp Pont d’Ain in en gingen twee keer rechts om terug te rijden naar het meertje bij de Ain. Rechtsaf onder de spoorlijn door en daar was een... tunneltje van 2.50 meter. Grrr! Terug, en verderop proberen (terug had geen zin want daar was geen weg, alleen de Ain). Jaaaa, hier was een spoorwegOVERgang. Dat leidde door een minidorpje en daar was het meer al. Veel lokale jeugd op brommers, erg piepjong (vond Kees niet erg hoor) en hups de camper uit. Even terug de camper in om het luchtbed te pakken en weer te water. Bij terugkomst was een grote hond achter Kees aan de camper in gesprongen en zat nu achter het stuur. Kssst. De eigenaar was niet blij en de camper geblubberd. Gelukkig hadden we nog niks schoongemaakt deze week. We waren snel uitgezwommen en gingen de snelweg weer opzoeken. Na wat lokale file kwamen we weer op de péage en na weer honderden kilometers was het landschap opeens heel Zwitsers. Geen warmte meer! Het werd gewoon koel, later zelfs een beetje koud! Dwars door een hellend en steil berglandschap (de Jura) en vervolgens werd het vlak. De GPS had moeite met de bergen en het stekkertje raakte los. Na een tijdje was hij er weer en zagen we dat we ongeveer 600 meter hoog zaten. Dan was het meer vlakbij. Het landschap werd nog even Zwitserder en ja hoor, we waren er. Een meer met dennen eromheen. Lekker koel! We zetten de camper neer met wat gepruts (de grond is zacht door de regen en de blokken zakten wat weg). Geen zin meer in koken en trouwens überhaupt geen ingrediënten meer in de camper. Eigenlijk nergens meer zin in, dus dan maar in het “restaurant” van de camping. We gaan naar “de kantine” en bestellen kip met patat en sla. Alles was zo ongeveer op: bière de pression, cola light, pizza... maakt niet uit. We schranzen het naar binnen en lopen terug. Het is koel, koud zelfs en de muggen eten Stefan op. Kees is niet lekker (voor de muggen) dus die mag blijven zitten (typen vanaf Pim). Eerst een glaasje Sancerre... Dan woensdag nog typen, pfff. stand 17451 km, N46°47’25”-E6°17’30”, 844m |
vrijdag 13 juniZachtjes tikt de regen op het camperdak... Nou, zachtjes? Midden in de nacht schrokken we wakker van een flinke onweersbui met hagel. Na de hagel ging het nog een tijdje door met rekenen. Gelukkig was het ’s ochtends alweer heerlijk weer, en niet zo warm als in de Provence. Stefan ging op de fiets het dorp in om brood en wat andere boodschappen te halen terwijl Kees nog even doorsliep. Terug bij de camper ontbijt en daarna met de fiets wat rondkijken, zo was de planning. Maar de pollen gooiden roet in het eten: blijkbaar zijn hier meer en andere pollen dan in Nederland, want alle middeltjes die Stefan daar gebruikt tegen hooikoorts hebben hier geen baat dus hij werd er helemaal gek van. In Malbuisson geen pharmacie, dus dan maar naar Pontarlier met de camper. Wel eerst nog even wat informatie over bezienswaardigheden uit de streek gehaald bij de Syndicat d’Initiative (VVV). We kwamen net na twaalven in Pontarlier, dus de eerste twee pharmacies waren dicht. Gelukkig was een derde tot 12:30 open en waren we daar nog net op tijd. Met anti-histamine tabletjes werd het voor Stefan weer draaglijk. Daarna naar de Source Bleue, vlakbij Malbuisson aan het meer. Dit is de bron van een beekje en het water ziet er inderdaad blauw uit. Er was ook een klas op schoolreisje, niet de eerste en ook niet de laatste die we hier zien. In het foldertje van de Syndicat zagen we dat de bron van de rivier de Doubs een leuke bezienswaardigheid was, maar daar aangekomen was de kabelbaan gesloten, kon de camper alleen pal in de volle zon geparkeerd worden en lag het wandelpad erheen ook in de volle zon. We hadden de Source Bleue al gezien, dus dit lieten we maar aan ons voorbij gaan. Op naar de Cascades du Hérisson. In een vallei ten zuiden van Champagnole stort de rivier de Hérisson zich over een reeks van watervallen naar beneden. De hoogste watervallen zijn wel 65 m hoog! De eerste zes watervallen bekeken we vanaf de wandelroute langs het riviertje naar beneden. We namen een drankje en ijsje (nep-Magnum voor €3,80) op het terrasje langs de beekjes. Daarna liepen we terug naar de auto om de laatste waterval van boven te bekijken vanaf een uitzichtspunt. Daarna terug naar de camping. We wilden niet via dezelfde weg terug, en op de kaart stond een Route Forestière aangegeven die er leuk uit zag. Helaas ging die niet langs plaatsjes en had ook geen nummer, waardoor het niet te vinden bleek. Zelfs de GPS was hierbij niet echt behulpzaam (Kees protesteerde natuurlijk heftig), omdat de 1:175000 kaart dat soort details gewoon niet weergaf (aha, de káárt is dus niet behulpzaam, geblaat volgt over stafkaarten waar elke 3e strohalm aangegeven staat). Na drie mislukte pogingen (“Ja, ik ben tegen!”) maar net een beetje andere route genomen die wel goed stond aangegeven. Onderweg kwamen we boven de 1100m. Terug op de camping even met Nederland gebeld om Ruben te feliciteren die vandaag 11 is geworden (14 toch?). Daarna fajita’s gemaakt. Die waren binnen te houden! stand 17600 km, zelfde coördinaten als gisteren. |
|
|
|
zaterdag 14 juni 2003Wakker en koffie, ontbijt. We gingen vandaag naar de andere kant van het meer om te zwemmen (rive gauche). Het water was redelijk maar wel groenig en de bekende steentjes in plaats van zand op het strandje. Terug naar de camper en karren maar weer. We slingerden een beetje de Doubs langs (die heel dwaas een enorm gebied bestrijkt). We stopten nog even langs de weg voor wat noodzakelijke handelingen. Het was raar weer. Drukkend, maar geen regen. Het werd wel langzaam koeler, zo leek het af en toe. De GPS resette zichzelf en deed erg raar (wwwwwchesz.nl in beeld), bij een grote supermarkt deed Kees er een nieuwe versie software in (van gisterenavond, Stefan sliep vroeg) terwijl Stefan boodschappen deed. Het werkte niet echt, maar dat kwam misschien door de warmte. Later werkte het redelijk. We reden de Doubs verder af en kwamen per ongeluk in Zwitserland (les Brenets). Verkeerde oever genomen... Maakt niet uit, dan maar effe een late lunch op een parkeerplaats. Rechtsomkeert en langs de andere oever. Wat een gepiel om het goede pad naar de waterval te vinden zeg! Steeds dachten we er te zijn maar dat werd niets. We hadden ook een keer geparkeerd bij een wandelpad maar liepen zo een erf op. Dan maar weer het smalle weggetje op en in zijn 1e versnelling de steile en smalle hellingen nemen. Eindelijk waren we bij een minidorpje waar je binnen 25 minuten naar de inscheepplaats van het bootje kon lopen. Dat deden we en kwamen bergafwaarts (o jee, dacht Kees, dat moeten we allemaal weer terug) bij een toeristische plek met veel busgangers. Een stel andere bejaarden was bezig af te dalen, als het de bedoeling was dat ze weer terug moesten over die helling hadden ze meteen heel wat bejaarden minder. Je kon wel merken dat het op de grens was, want de meeste mensen waren Zwitsers. We kwamen bij de waterval aan. Het zag er erg leuk uit, maar dat was ook het enige dat te zien was. We gingen terug en kochten wat water, en een echte Magnum voor €1,80. Heel andere prijzen! We waren eigenlijk best snel weer bij de camper, wel flink steil klimmen. We vervolgden onze weg slingerend door het landschap, langzamerhand min of meer zoekend naar een plek voor de nacht. We dachten nog aan een grote stad om morgen (!) uit te eten te gaan, Besançon, maar het werd Belfort, daar gaan we waarschijnlijk manger. De Gorges du Doubs liggen op de grens tussen Zwitserland en Frankrijk. We reden naar het plaatsje Goumois wat het centrum van dit gebied is. Eerst over een pas op bijna 1000 meter hoogte met mooi uitzicht. Beneden was er een weggetje waar je rechtsaf kon naar een kanoplaats. Dat deden we, ook al was het erg steil en smal, en kon je bijna nergens keren. Steeds meer kano-dudes kwamen we tegen. Dit was echt een kanosportgebied. We stopten even om te kijken, er was iemand bezig tegen de stroom in te kanoën (zou Kees nooit doen). Even terug hingen allemaal vertikale rood-witte stokken met nummers, daar moest je blijkbaar doorheen kajakken. We dachten allebei hetzelfde: hm, zo wild hoeft het allemaal niet voor ons. Er waren overal mensen aan het kamperen tussen de bordjes die vertelden dat dat niet mocht. We reden door en het liep dood. Omkeren en terug naar de weg. Even later zagen we een bordje camping. Huh, hier? Leek er wel leuk uit te zien, we reden door. Stefan ging vragen en er waren nog drie plekken, mooi. Gelukkig had Kees nog cash want ze snappen geen creditcards hier, die hillbillies toch. Er was wel stroom. We stonden op een bijna horizontale plek en het begon te regenen, kleine spetjes. Snel de luifel uit en raampjes open (denk om de horren!). Stefan begon al kookgeluiden te maken. Er is pasta met broccoli, karbo op de bbq en wat truite (forel). Dan moet er nog een fles wit leeg. Lekkere Chablis met een medaille d’or. De eerste gang (il primo) is pasta met broccoli. De tweede gang is de forel van de barbecue, samen van één bord. De derde gang is varkensfilet, ook op de barbecue (gemarineerd in citroen en thijm). De vierde gang is kaas uit de streek (van streek, zei Kees): Comté. En een slokje Sjablie! Niet schrokken, zegt Stefan, toen de kaas verdween. De vijfde gang is vruchtenyoghurt (van Weight Watchers, 1½ punt!). Stefan kijkt uit het raam en zegt: ja, die ene moet zijn haar afknippen en zijn shirt uitdoen. Ja, zegt Kees, en zijn broek uit. En toen was Kees natuurlijk weer de slechte beer (hee hee hee!). Pak de fles nog maar eens, Stefan. Zijn anti-histaminepilletjes werkten extra goed met de Chablis ;-) Kan de rijvaardigheid beïnvloeden. En het gooien met yoghurts ook. De meeste belandden bij de deur. Douchen, afwassen en koffie. Stefan vult de laatste ansichtkaarten in. Het is wat! Vannacht 1 jaar getrouwd en alle getuigen zitten ergens anders... Lekker stel. Kees gaat nog wat hacken en ziet dat de processor los zit. Aha, hardwarestoring. Alles lijkt weer te werken. stand 17720 km, N47°16’12”-E6°56’59”, 498m. |
zondag 15 juni’s Ochtends werden we wakker van de buurjongens die de tent aan het opvouwen waren, de buurmeisjes (iets jonger) die met water aan het spelen waren en van het gerinkel van de bellen die de koeien in de naast de camping gelegen weide om hun nek hebben. Ja, we zitten hier echt heel dicht bij Zwitserland. Er was geen broodservice op de camping dus eerst maar eens in het dorpje kijken. Goumoi ligt op de grens van Frankrijk en Zwitserland, en het grootste deel van het dorp ligt in Zwitserland. We reden dus Zwitserland binnen en omdat het dorp zes keer niks was reden we voor we er echt erg in hadden alweer de brug over, het dorp uit. Daar werden we aangehouden door twee douanebeambten, die onze paspoorten wilden zien en vroegen wat we in Zwitserland gingen doen. We hadden toch geen wijn of vlees in de auto? Een kilometer verderop vroegen we ons af wat we hier eigenlijk aan het doen waren (hetuitzicht was hetzelfde en er was verder niets in de buurt) en keerden weer terug, zwaaiend naar de douane. Anti-histaminepillen en alcohol gaan niet samen. Dat stond wel in de bijsluiter, maar er stond niet bij dat er minstens 24 uur moet zitten tussen consumptie van beide. Dus wijn ’s avonds en dan de volgende ochtend een pilletje leidt tot een Stefan met een draaiend hoofd en algeheel gevoel van malaise. We reden via een andere weg dan gisteren (die kee hetzelfde paadje – lekker zo’n detailkaart) terug naar de hoofdweg en kwamen nog langs een punt met mooi uitzicht op de Doubs. Vers stokbrood is heerlijk, maar het nadeel van stokbrood is dat het ook echt alleen maar vers gegeten kan worden. En dus zijn veel bakkers in Frankrijk ook op zondag open. Maar niet in alle kleine plaatsjes waar we doorheen reden. Terug in de ‘bewoonde wereld’ in het stadje Maîche gingen we toch maar eens echt op zoek naar brood, want het was al lunchtijd. Hier was nog een bakker open, maar die had alleen nog brood van gisteren voor de halve prijs. Nou ja, dat moet dan maar. Het bleek dat dit brood de naam STOKbrood eer aan deed, het zou niet misstaan als moordwapen in een crimi (killed by a bread stick). Ook maar wat gebak gekocht en na dat genuttigd te hebben gingen we op weg naar Mulhouse. We waren vandaag precies één jaar getrouwd, en dat moet natuurlijk gevierd worden. Traditiegetrouw (voor zover je nu al van tradities kan spreken) vieren we zoiets met een gastromisch dineetje, bijvoorbeeld in het Tuynhuys in Amsterdam. Het moet toch geen probleem zijn om zoiets in Frankrijk te regelen zou je denken. We hadden bedacht dat het wel handig zou zijn om naar een wat grotere plaats te gaan, en Mulhouse lag op de route en we vonden het wel leuk dat die Fransen Mülhausen uitspreken als “moeloese”. Irene noemt het gewoon Moolhuizen. Dit hele gebied (Elzas/Lotharingen ofwel Alsace/Lorraine) is in de geschiedenis afwisselend Frans en Duits geweest. Het is nu Frans, maar veel plaatsnamen zijn nog zeer Duits. We hadden uit de collectie van Stefans vader een Michelin detailkaart meegenomen van deze streek, uit 1982. Daarop stond een bos ten zuiden van Mulhouse dus daar zouden we een leuke plek voor de camper zoeken. Het bos was redelijk snel gevonden maar in de afgelopen 20 jaar was Mulhouse uitgebreid ten koste van het bos. Weinig bos dus, dus we keken in de campinggids voor raad. Er bleek wel een camping te zijn, maar de routebeschrijving ging er vanuit dat je nog op de autoroute zat. Dan maar terug naar de autoroute. Even later zagen we opeens een bordje camping, en kwamen we bij toeval heel snel op de camping terecht. Gelukkig lekker veel schaduw en niet zo druk. Stefan vroeg nog aan de heel aardige campingmeneer wat het beste restaurant van Mulhouse was, het mocht best duur zijn. Komt hij met een restaurant om de hoek aanzetten dat hij ongetwijfeld aan iedereen aanraadt. De combinatie Nederlander en duur eten leidt blijkbaar tot kortsluiting. Nog maar eens gezegd: het mag best duur zijn. Oh, dan is er een toren in het centrum met ronddraaiend restaurant bovenin. Laat maar... Hij heeft ook nog een gidsje met alle restaurants in de stad. Blijkt dat alle restaurants die als “gastronomique” worden aangeduid op zondag gesloten zijn! Dan maar vanavond kijken waar we terecht komen. Intussen was Stefan nog steeds draaierig en ging dus uurtje plat terwijl Kees ging GPS-hacken. Daarna een douche en per fiets de stad in. Het is hier superplat, het lijkt Nederland wel. Er waren zelfs fietspaden! Het centrum was dichtbij dus we waren er zo. Mulhouse blijkt een provinciestadje te zijn (Stefan had het steeds over Assen) waarbij Haarlem een wereldstad is. Bijna alles was op zondag dicht. Er waren welgeteld twee terrasjes in het centrum. Op de Place de la Réunion (vroeger de Rothüsplatz) zagen we een terrasje met ‘gemengd’ publiek: een even aantal heren in verschillende stadia van hun coming-out, al dan niet voorzien van faghag of excuustruus. Dat beloofde een leuk uurtje mensen kijken, dus gingen we daar zitten. Het Rothüs zelf was een vrij simpel gebouw dat barok beschilderd was waardoor het leek alsof het een barok gebouw was. Samen met de gotische kerk deed dit wel iets aan de Grote Markt van Haarlem denken, al is daar het stadhuis natuurlijk wel ‘echt’. Kees had wel zin in een grande bière. 40 cl of demi, vroeg de demoiselle. Een halve liter leek Kees wel wat. Waar het de helft van was weten we niet, maar in ieder geval niet van een liter, zo bleek toen ze het kwam brengen. Intussen becommentarieerden wij het uitzicht. Later bleek dat verderop in de straat een heuse gay tent zat, Jet 7 (jet se(p)t). Uiteraard ook op zondag gesloten... Op zoek naar een restaurant bleek al snel dat er eigenlijk maar een restaurant was dat er nog een beetje fatsoenlijk uit zag dat open was vandaag, een ware tourist trap op het plein. De ober sprak zelfs drie woorden Nederlands (dankuwel, alstublieft en ploost). Na zich ervan vergewist te hebben dat er echt niets anders was, legde Stefan zich er maar bij neer. Het was allemaal prima te eten, maar met gastronomische genoegens had het weinig te maken. Stefan had slakken, maigret de canard en chocoladetaart, Kees had salade met gerookte forel, biefstuk en appeltaart. Bij het hoofdgerecht zat frites en een kwak van de prutterigste groenteprut die we ooit gezien hebben. De lokale Elzasser specialiteit is hier trouwens Choucroute, ofwel zuurkool. Zuurkool met hamschijf, zuurkool met snoekbaars, etc. Dat hebben we maar aan ons voorbij laten gaan. We gingen nog even wat drinken op het andere terras. Hier zat de plaatselijke jeugd aan het bier met kip of biefstuk met patat. Kees spoog de espresso bijna weer uit: er zat suiker in! Het bleek dat de kelner per ongeluk de espresso van de barman mee had genomen, waar de barman al suiker in had gedaan. Terug naar de camping moesten we ons een weg banen door enorme zwermen vliegjes in het park. Gelukkig zaten die niet bij de camper, waar we nog een hele tijd bij kaarslicht hebben zitten kletsen. stand 17862 km, N47°44’02”-E7°19’25”, 212m. |
|
|
|
maandag 16 juni 2003Wakker, koffie, douchen, koffie, ontbijt. We laadden nieuw water in en de tank plus WC moesten leeg. Stefan bekende dat de WC eigenlijk een beetje te vol was geworden vanmorgen... Hm, erg lekker, dat wordt lachen bij het legen. Inderdaad, de zooi liep ergens het binnenste van de camper in. We hebben het weer schoongemaakt. Meteen ook de kersen van het zonnescherm gespoeld. We gingen op pad, maar eerst effe tanken in Moolhuizen. 72 ct, da’s mooi. Stefan ging de bijbehorende supermarkt in voor boodschappen. Daarna was het: op naar Strasbourg, daarna Haguenau en dan afslaan naar het bos in de Vosges (Vogezen), waar ook een slot te vinden was. Het slot bleek een kasteel in onderhoud. Halverwege het onderhoud is het budget ingetrokken en bleek het slot onveilig en gesloten. Aan de weg staat dus al 5 jaar een bord: leuk slot, komt allen gucken! De franse slag, aha. Vlakbij was een camping, we namen de route forêtière, een bosweg van asfalt. Een meer wees de weg. Bij de camping aangekomen zagen we niemand en we konden er niet in, allemaal DSS-en (Degelijke Duitse Slagbomen). De campingmeneer kwam er aan en we konden inschrijven. De slagboom voor de uitgang ging open want de overkapping bij de ingang was te laag voor ons (2.90m). We reden het meer rond en vonden een geweldige plek vlakbij het meer, in de schaduw. Stefan ging zwemmen en Kees zeurde dat het bier op was. Kut met de inkoop! Na een tijdje had Stefan een meloen opgedeeld en zei Stefan dat hij honger had. Pasta! stand 18050 km, N49°00’46”-E7°32’12”, 241m. |
dinsdag 17 juni 2003Stefan was wakker en erg stil, hij zat te schrijven: een formule voor de afstand tussen twee punten op aarde (gegeven de coördinaten). Kees had een simpele formule die 1 promille tot 1 procent afweek maar dat was natuurlijk niet goed genoeg. De formule was redelijk eenvoudig, de arcsin() functie hadden we al eerder ontdekt. Wel wat meer sinus en cosinus, we zien wel. Misschien is de processor wel snel genoeg voor al die rekenarij. Wel leuk, zo samen wiskundig bezig zijn. We gingen vandaag fietsen naar het Chateau Falkenstein, hups op de fiets, het was redelijk vlak en mooi zonnig. We reden rond het meer, gokten wat het geluid overdag steeds was geweest (een fanfare, jachtvliegtuigen en applaus). We kwamen weer bij de plaats waar we lazen dat het slot Falkenstein niet te bezoeken was. Op de fiets. Een fransman vroeg ons naar de chateaux. We legden uit dat ze dicht waren. Oh. Kees dacht er nu echt aan het bord langs de weg uit de grond te rukken en in een dal te dumpen. We kwamen in Po, daar waren wat restaurants: Augerbe Falkenstein, La Gare (er was lang geleden een station, de sparren van 3 meter hoog groeiden nu op het spoor). Stefan kon het niet laten en inspecteerde de kaart. Falkenstein was goedgekeurd (a la TuynHuys) en hier zouden we dan vanavond mischien heen gaan om Moolhuizen goed te maken. We waren zo weer terug op de camping. We zwommen nog wat in het meertje (50 cm diep en 25° warm) en zaten even buiten om te vliegen te kans te geven ons goed te irriteren. Het was etenstijd en we gingen op de fiets naar P. Daar zagen we de tafels gedekt met papier en papieren servetten. Hm. Stefan was licht ontstemd. We gingen zitten bij een duits echtpaas dat aan een pizza zat te knabbelen. De kaart zag er goed uit. Aha, de andere zaal was wel met wit textiel gedekt! Daar kon je dus ook zitten. We hielden ons frans vol (de ober versprak zich steeds in het duits). We vroegen wat rognon de veau was. Eh, eh, eh, effe vragen. Hij kwam terug: on parle Allemande? Oui? Kalbsnier. Oh. We kozen wat anders, het klompenmakersmenu: Menu du Sabotier, €35 en een fles wit. Het voorgerecht was een sla met kruiden en noten, vier bladerdeegzakjes met gamba’s, erbij een dropkruid/anijszaad dressing met wat visachtige smaak. Erg vreemd, maar lekker! Het hoofdgerecht was rundvlees op brood (filet de boeuf Rossini), met iets als foie gras erbovenop. De borden waren verwisseld want Kees had rood vlees en Stefan à point. Maakt niet uit. Het was werkelijk voortreffelijk, superzacht, smaak prima en lekker! Het toetje was ijs met kaneel, room met kaneel en appeltaart in bladerdeeg, heel zacht en toch stevig, erg goed. Intussen had het hard geregend (zou de camper nat zijn van binnen?), maar nu was het droog. We rekenden af en fietsten terug. Eerst even de bosjes natter maken en we waren zo weer op de camping. De waterschade viel mee. We gingen nog niet slapen, Stefan had zijn formule nog niet zien werken. Stefan las het voor en Kees tikte het eerst in in Excel om te testen. En ja hoor, helemaal goed. Kees bouwde de formule in in de GPS en het werkte: Wormer 432km, maar de richting was nog SSW? Moet NNW zijn! Stefan zag dat er een haakje verkeerd stond in een formule (had hij uit zijn hoofd al gezegd). Nu werkte het wel. Wormer 432 km, NNW. Zelfde stand en coördinaten als gisteren, Wormer 432 km, NNW. |
|
|
|
woensdag 18 juni 2003Vandaag stonden we op en zouden we naar het noorden gaan om een stuk door te Eiffel te rijden. Stefan had brood bij de chagerijn (nog ergen dan gisteren) gehaald, dit was niet helemaal zwart van buiten en pap van binnen. Afbakbrood! Pah, daar haalde Stefan zijn neus voor op. De man van de camping was nog aardiger dan gisteren, goedlachs, joviaal en maakte een koe/kalf-praatje. Terug de slagboom door (de man zwaaide heel uitbundig) en de hoofdweg weer op richting Bitche (Bitsche op zijn duits). Hier gingen we boodschappen doen en Kees reed rondjes op de parkeerplaats om de GPS uit te testen (tripregistratie). We reden zo nog wat dorpjes door (Hornbach en zo) en zagen opeens overal duitse verkeersborden... Hm, zeker de grens overgegaan? We zagen op de kaart dat er een stuwmeer was in de buurt van Aachen. Daar gingen we heen als laatste nachtstop. We volgden de borden door dorpjes (de kaart was wel wat grofmazig) en kwamen bij een dam. Er was uitleg hoe de dam was gebouwd in 1957 en dat het meer voor Trinkwasser was. We reden weer door. Zo zochten we nog lukraak wat dorpjes bij het meer, op zoek naar de stuwdam. We vonden het toch eigenlijk niet echt, maar er stond wel een bordje Camping (richting onduidelijk) en even later ook Terras am See mit P. We reden dat pad in en zagen een terras en een See, maar niet bij elkaar. We keerden om op het smalle pad en zochten de camping. Niet gevonden. We reden weer terug en zagen nu wel meer bordjes camping. Die volgden we en inderdaad... een camping. Maar liefst drie slabomen, eentje was de goede. Stefan checkte in bij een man die vroeg of we wel zeker wisten of we maar één dag wilden blijven?! Ja echt hoor, nu zeker. Drabber. We reden volgens instructies precies 500m door over het campingpad (via GPS de afstand geklokt) en zagen een veld ter grootte van minstens een voetbalveld. Er stonden ook twee doelen. Toch was het een kampterrein. We hadden een plek in het open veld, uitgemeten door de lengte van het 220-snoer. De man zou het nog komen aansluiten. Stefan begon te koken en Kees hackte nog wat bugs uit de GPS. Er was lekkere salade met franse kaas. Daarna pasta met spekjes (fettucini?), kaas en wat peper. Lekker! Effe te veel maar erg lekker. Kees mijmerde: als de man van de 220 nu niet komt kiep ik de plee over het veld (zag Stefan wel zitten: geen spelende kinderen ’s morgens vroeg), of over het elektra-hokje. O, daar was hij al. We werden allebei wat slaperig van het eten. Kees sliep meteen en bij wakker worden moest er nog worden afgewassen. Pas dan koffie. En dan nog twee dagen verhalen typen. Morgen weer thuis! stand 18374 km, N50°38’53”-E6°28’27”, 191m. Wormer 235 km, NNW. |
donderdag 19 juni 2003Rijden in de file (duitse feestdag)... gelukkig zien we de hele A2 hoelang we nog moeten (bijna de hele weg NNW). Even via de oudjes in Beverwijk en uiteindelijk naar Wormer. |
|